april 23, 2008

Nieuw Zeeland, deel 5

Rubriek: Nieuw Zeeland — Marije @ 12:22 pm

Hier dan eindelijk het stukje! We zitten tot over onze oren in de mandarijnen, dus het heeft even geduurd.

De twaalf dagen in ons campertje hebben we een wat rustiger tempo aangehouden dan met pa en ma, maar desondanks weer veel gezien.
Op nummer 1 staat zeker onze rondvaart (oh, nee, sorry, dolphincruise) door de Bay of Islands. Een dolfijnencruise, maar geen dolfijn te bekennen. Al dacht ik ze wel steeds te zien. Lernard: “Nee, Marije, dat is een golf! Nee, dat is een vogel die in het water landt!”, enzovoorts. Ik was nogal vol verwachting, want als we dolfijnen zouden tegenkomen, mochten we met ze zwemmen. Na een uur of twee rondvaren bleek waarom we ze niet zagen… We kwamen hun grootste vijand tegen: Orka’s! Een school (noem je dat eigenlijk wel zo?) van ongeveer twaalf exemplaren, waaronder een paar jongen. Ze bleven een half uur rond en onder onze boot zwemmen, waardoor we ze uitgebreid konden bestuderen. Was helemaal niet erg om daar een rondje dolfijnenzwemmen voor op te geven!
Doordat we op volle zee beland waren, werden de golven hoger. Gelukkig hielden wij alles binnen. In tegenstelling tot een jongen van een jaar of twaalf. Hij was zo enthousiast van de ene kant van het dek naar de andere kant aan het rennen dat hij zijn misselijkheid negeerde (wat namelijk duidelijk te zien was aan zijn steeds groener/ witter wordende gezicht). Totdat hij dan toch over de reling moest gaan hangen en dit het laatste uur volhield.

Een ander hoogtepunt was Cape Reinga. Het noordelijkste puntje van Nieuw-Zeeland. De Tasmanzee en de Zuid-Pacifische Zee komen hier bij elkaar. Je ziet ook daadwerkelijk de stromingen bij elkaar komen; er is golfslag twee kanten op. Heel apart. Het is goed voor te stellen dat Cape Reinga een heilige plek voor de Maori’s is. Op het uiterste puntje van een klif die een eind de zee in ligt, staat een eenzame boom. De Maori’s geloven dat de zielen van de overledenen via de wortelen van deze boom het hiernamaals inglijden.
De snelweg richting de kaap, de SH1 gaat de laatste dertig kilometer over in een onverharde puttenweg. De Super Highway! Maar het draagt wel bij aan het afgelegen gevoel.

Verder hebben we gigantische Kauri-bomen gezien. Waaronder de grootste van Nieuw-Zeeland van 2000 jaar oud (zie de foto: zoek Marije).
En natuurlijk, niet te vergeten, het zandsurfen, maar het filmpje, dat binnenkort op de site zal verschijnen, spreekt voor zich!

In alle dagen dat we de camper hadden, mocht ik een keer rijden. Echt een gigantisch succes was het niet. Toch best lastig als het stuur en alle knopjes allemaal aan de andere kant zitten. Aan het links rijden was ik inmiddels wel gewend, maar bij elke afslag wiste ik de ruiten in plaats van de richting aan te geven.

Nu zijn we dus aan het mandarijnen plukken. Of eigenlijk aan het mandarijnen knippen, want we moeten ze stuk voor stuk afknippen alvorens ze in de zak te gooien die voor onze buik hangt.
Het was in ieder geval onze makkelijkste zoektocht naar werk ooit. Bij het eerste adres in Keri Keri dat we bezochten, vroegen we naar werk. Het antwoord: Ja, hebben we, dan en dan kunnen jullie beginnen, zoveel gaan jullie verdienen, een rekening kun je hier vlakbij openen en wij regelen het belastingnummer voor jullie. Dus een rekening geopend en klaar. Al met al een uurtje werk!
We hebben een cabin gehuurd op de camping van Keri Keri. Een soort een-kamer minihuisje in een blok van tien cabins. Iedereen loopt bij elkaar binnen, maar er is een ongeschreven regel. Gordijnen dicht betekent: Privacy, graag!

De eerste twee dagen werken waren behoorlijk zwaar. Het regende hard en doordat op de hellingen onder de mandarijnenbomen zeilen lagen, was het spiegelglad. Iedereen gleed regelmatig onderuit. De tweede dag viel ik vier keer. Elke keer een volle zak mandarijnen over de grond. Dan is het toch best praktisch als er geen andere Nederlanders in de buurt zijn. Kon ik er af en toe ongegeneerd een vloek uit gooien… Lernard gooide dezelfde dag zijn snoeischaar uit frustatie weg waarna hij hem een half uur moest gaan zoeken. Hielp dus niet echt tegen zijn gefrustreerde gevoelens. Maar we komen ondertussen toch aardig in vorm en het gaat steeds beter. Het aantal gevulde kratten wordt steeds hoger en ons loon dus ook.

We hebben een zeer internationaal gezelschap. Collega’s uit de Filipijnen, Argentinie, Chili, Thailand, Duitsland, Engeland en Israel. Iedereen kan het goed met elkaar vinden en woont op dezelfde camping. Waarvan ongeveer de helft in ons blok. Dus gezellige avonden! Er is vrij weinig te doen in Keri Keri, maar dat wordt ruimschoots goed gemaakt met de avondbestedingen. Film kijken, barbequen, de pub bezoeken en ik heb zelfs een cursus reflexologie van twee avonden gevolgd bij onze Filipijnse collega. Lernard was op de laatste avond (de examenavond) model, wat hij natuurlijk erg vervelend vond. Maar ik heb nu wel een echt Filipijns reflexologie certificaat verdiend!

Kortom we overleven het wel in Keri Keri. Nog drie weken “zwoegen” en dan is het alweer tijd voor een paar maanden rondreizen!! (L&M)

april 17, 2008

Wees niet bevreesd….

Rubriek: Nieuw Zeeland — Marije @ 7:24 am

Het volgende stukje is in de maak! Het duurt dit keer even, want ja, we zijn het niet meer gewend, werken na een half jaar relaxen… We zijn deze week onze carriere als mandarijnenplukkers begonnen! (L&M)

april 4, 2008

Nieuw Zeeland deel 4

Rubriek: Nieuw Zeeland — Marije @ 3:22 am

We hebben pa en ma zaterdag naar het vliegveld gebracht. Eindelijk weer met zijn tweeën. Nee, hoor, het was super en de tijd is veel te snel voorbij gegaan!
De afgelopen twee weken met pa en ma waren weer net zo actief als de eerste twee. We hebben het Abel Tasman Park bezocht. Het originele plan van kajakken en wandelen hebben we maar laten varen om lekker lui op het strand te liggen en een beetje te snorkelen. Hierna hebben we per veerboot het Zuidereiland verlaten. Het “watereiland” met zijn ruige natuur en het vele water in de vorm van meren, rivieren, watervallen, ontelbare kreekjes, regen (waar we gelukkig weinig van gemerkt hebben), enz, enz. De kreekjes hebben overigens werkelijk allemaal een naam. Het maakt niet uit hoe klein het stroompje is. Ik vraag me af of er iemand speciaal aangesteld is om originele namen te verzinnen. Af en toe was zijn inspiratie op en werd het Creek nr. 1, 2, 3 ……

Via Wellington zijn we op het Noordereiland aangekomen. Het “vuureiland” vanwege alle vulkanische activiteit. Op de ferry was weer de onvermijdelijke gitarist aanwezig, maar het klonk zowaar goed, inclusief z’n gezang. Het zorgde voor een lekker sfeertje met de zon in ons gezicht, de wind door onze haren en met uitzicht op Marlbourough Sounds (de fjorden bij het Zuidereiland).

Waar ik mezelf, even tussendoor, op betrap, al wordt het inmiddels minder, is dat ik maar op de nummerborden van de auto’s blijf kijken om te zien waar ze vandaan komen. Hoe verrassend, allemaal uit Nieuw Zeeland!

Een erg prettige bijkomstigheid van het verlaten van het Zuidereiland: we hebben nog geen zandvlieg gezien! Vooral pa is ernstig ten prooi gevallen aan deze irritante beestjes. Hij was voor de grap de steken eens gaan tellen. Bij de 90 is hij maar gestopt… Maar hij was dan ook eigenwijs om vol te blijven houden dat hij geen anti-insektenmiddel nodig had. Waar hij later toch maar op terug gekomen is.

Door het Tongariro Nationaal Park hebben we met z’n vieren een wandeling van zo’n acht uur gemaakt. Super uitzichten op de vulkanen Mt. Ruapehu en Mt. Ngauruhoe, kratermeren, enorme vlakten en natuurlijk een waterval. Aan het einde van de wandeling begon ma een niet uit te houden pijn in haar tenen te krijgen, waar de volgende dag het bewijs van verscheen. Vier paarse nagels! Dus de resterende dagen heeft ze voornamelijk haar slippers aan gehad en lange wandelingen maar afgeslagen.

We hebben verschillende geothermale gebieden bezocht. Orakei Korako was vooral erg bijzonder. Mede doordat we de nacht voor ons bezoek aan het gebied op de parkeerplaats er naast hebben gekampeerd. We zagen om ons heen de stoom omhoog komen en hoorde het water van het aangrenzende meertje borrelen. EN pa en ma hebben ’s nachts de kiwi gehoord. ( We waren net bij een informatiecentrum geweest waar ze dit lieten horen) De volgende ochtend vroeg liepen we als eersten tussen de bubbelende modderpoelen, stomend water, de meest bizar gekleurde silicaterrassen (soda-achtige afzettingen die een soort witte heuvels vormen) en nog veel meer bizarre activiteiten.
In Rotarua (middenin het vulkanische gebied) kwam de zwavellucht je tegemoet. Overal in het stadje steeg er stoom op, onder andere uit alle straatputten. Onze camping had thermale baden en een heet-water-strandje aan het meer. Hier kon je kuilen graven om theoretisch in je zelf gemaakte warme bad te gaan liggen (Was het alleen wat te vies voor). En de grond waar de tenten konden staan werd verwarmd door de onderliggende warm-waterbron. Terwijl Lernard en ik van de thermale baden genoten, zijn pa en ma naar een culturele voorstelling met hangi van de Maori’s geweest. Bij een hangi wordt het eten gestoomd in een gat in de grond met daarin hete stenen. Het was in ieder geval erg geslaagd geweest.
Het Noordereiland heeft dankzij de Maori’s heel wat meer te bieden op cultureel gebied dan het Zuidereiland. Waar, zo leek het, iedere brug of gebouw ouder dan vijftig jaar een historisch monument werd genoemd.
In Rotarua hebben we ( = anoniem besloten) de foutste toeristische attractie gespot. Een felgeel amfibievoertuig van “Duck-Tours”, waarmee de toeristen rondjes door de stad konden rijden/ varen. Inclusief hierbij was een toetertje dat eenden gekwak produceerde, waar de inzittenden mee naar de mensen op straat toeterden. Geweldig!
Vanaf het terras waar vandaan we deze attractie langs zagen komen, konden we gelijk een enerverend potje croquet volgen. Voor zover ik het kan beoordelen, hield dit in: met hoog opgetrokken witte sokken en bijpassende outfit ballen met een grote hamer door poortjes slaan. Maar kan het ook mis hebben.

We hebben een, ten gevolge van een vulkaanuitbarsting, bedolven dorp bezocht (een soort Pompei, alleen dan anders) en als afsluiter van al onze vulkanische activiteiten HET Hot Water Beach. Om een of andere reden hadden we het idee dat we als een van de weinigen in onze vers gegraven thermale baden zouden liggen met uitzicht op zee, maar we moesten het kleine stukje strand met ongeveer 200 anderen delen. Desondanks was het heel apart om te voelen hoe de warm-waterbron het strand opwarmde.

De een na laatste nacht met pa en ma brachten we door op een natuurcamping waar we laat op de avond aankwamen. Dit door een aantal verkeerde afslagen en een zeer lange, hobbelige weg die steeds smaller leek te worden. Ik kreeg het steeds warmer, omdat ik ernstig begon te twijfelen of dit wel de goede weg was die ik gewezen had. Maar de weg bleek uiteindelijk toch bij de gezochte camping uit te komen. Door de duisternis hadden we geen idee waar we stonden. En ik zal het maar vertellen… Ja, ik werd bang door de enge verhalen van pa en Lernard.
De volgende ochtend bleek het een mooie camping te zijn, met goed bijgehouden perken en gemaaid gras. Heel apart, want in het donker waren we er toch van overtuigd geweest dat het een verwaarloosde camping was met lang gras. En op de terugweg was die weg opeens ook niet zo lang meer. Het verschil tussen dag en nacht, he.

Na een dagje Auckland, inclusief Skytower, moesten we dan toch afscheid nemen van de (schoon)ouders. SNIK!

We hadden nog geen genoeg van het rondtouren en hebben een kleine camper gehuurd voor nog een paar dagen om het noordelijkste stuk van Nieuw-Zeeland ook te verkennen. (en we hebben ondertussen de huurperiode weer met een week verlengd…) L&M

april 1, 2008

Het gastenboek

Rubriek: Website — Marije @ 3:12 am

Het gastenboek is helaas buiten werking, doordat het gehacked is…. Beetje jammer, maar wordt aan gewerkt!! (L&M)

EDIT MANIEU:
Inmiddels is er een vernieuwd gastenboek :P

Groeten.

maart 20, 2008

Nieuw-Zeeland deel 3

Rubriek: Nieuw Zeeland — Manieu @ 12:24 pm

We hebben zoveel gezien en gedaan dat het lastig is waar te beginnen!
Alleen het rijden met de camper is al super om te doen. Al de verschillende landschappen die langskomen. Op sommige dagen zien we bijvoorbeeld regenwoud, zee en strand, bergen en naaldbossen tijdens dezelfde rit.
We hebben ondertussen een soort van taakverdeling in de camper: Lernard en pa rijden om de dag, ik ben van de routeplanning en ma van het uitzicht genieten.
We hebben tot nu toe elke dag een lunchplek gevonden met schitterend uitzicht. Wat overigens niet erg moeilijk is. Al kostte de laatste plek me bijna het leven. Pa gooide water naar me toe, waardoor ik uit reactie een stap naar achter deed, een paar centimeter voor een afgrond van twintig meter … Ja, je moet de spanning er wel een beetje inhouden.
We hebben onderweg ook schitterende watervallen, rotskusten, meren, albatrosjongen (!), heel veel verschillende andere vogels, besneeuwde bergtoppen, enorme bomen, wijngaarden, een versteend bos, enzovoorts, enzovoorts gezien.
Onderweg steken opvallend veel mensen hun hand op. Een keer zelfs de bruid bij een trouwpartij.

We wisselen de campings een beetje af, zoals ma al had beschreven. De wat luxere, wat onder andere warme douches en toiletten met riool betekent, met de natuurcampings, wat vaak enorme plaatsen, schitterende uitzichten, geen douches, toiletten zonder riool, maar wel met wc-papier betekent. Het is trouwens ongelooflijk, werkelijk overal hangt wc-papier (in de toiletten dan, he). Zelfs tijdens een wandeling, voor ons gevoel midden in de rimboe, wc-papier!
Ondertussen is ma al aardig gewend geraakt aan de natuurcampings, maar bij de eerste camping was ze bang. In de middle of nowhere in combinatie met de enge verhalen van pa en maar twee andere campers in de wijde omgeving, zorgde ervoor dat ma niet naar buiten durfde in het donker en dat Lernard en ik, oh, zo dapper, samen met ma bij het geloei van de wind tegen het raam een zeer verschrikt hoofd trokken. En pa lachte zich rot. ´s Nachts hebben we allemaal wat minder geslapen door de verschrikte geluiden die ma maakte bij elk kraakje. Het was ook wat warm doordat alle ramen dicht zaten na het verhaal van pa dat er regelmatig overvallen gepleegd worden door gas naar binnen te laten lopen waardoor iedereen bewusteloos raakt…
Bijna elke avond wordt er gebarbecued. Met meestal pa als chef. En af en toe “fish and chips”, wat eigenlijk ook best lekker is.

Milford Sound stond bij iedereen hoog op het verlanglijstje en we hadden een rondvaart van twee uur door het fjord geboekt. Wonder boven wonder was het heel mooi weer (aangezien er gemiddeld zes meter regen per jaar valt). Wat trouwens ook zo wonderbaarlijk is: aan de westkust, ook wel “wet-coast”, hebben we nog geen drupje regen gehad.
Doordat we aan het einde van de middag in Milford aankwamen, waren er geen andere schepen meer en hadden we heel mooi licht. Erg bijzonder! We zijn oneindig aan het klikken geweest en we hebben zeehonden gezien. Even gelijk een rectificatie: de vorige keer hebben we zeeleeuwen gezien in plaats van zeehonden. We zijn ook zulke dierenkenners….
We hebben ook een stukje over de Tasmanzee gevaren waar er flink hoge golven waren en wie moest er precies daar koffie halen? Pa, natuurlijk. En hoe verrassend, koffie over de boot en zichzelf.
Op de heenweg naar Milford Sound waren we gestopt in een stuk laagland omringd door bergwanden. Pa probeerde zijn aloude “Wie is de koning van Wezel?” En, ja hoor: “Ezel!” Als een kind zo blij, we moesten hem bijna aan zijn arm meetrekken, want hij bleef echo´en…

Af en toe hebben we ook dingen apart van elkaar gedaan. Lernard en ik hebben bijvoorbeeld een deel van de Kepler Track gelopen. Dit bleek uiteindelijk 33 kilometer te zijn, waarvan drie uur omhoog. Het was aardig zwaar, maar zeker de moeite waard!         Pa en ma hebben die dag hun eigen wandeling gemaakt en zijn vervolgens naar een grot met gloeiwormen gegaan, wat er uit leek te zien als een sterrenhemel. Hierna waren ze in de kroeg beland met bekenden uit het vliegtuig, waarna ze gierend van de lach bij de camper terug keerden.
Ook zijn we apart de gletsjers gaan bezoeken. Pa en ma zijn tot de rand van de Franz Josef Gletsjer gelopen en wij naar de Fox Gletsjer. Deze hebben we met gids en met ondergebonden ijzers bewandeld. Super! Wederom mooi weer, tunnels van ijs, enorme spleten waar we doorheen liepen, stroompjes boven en onder het ijs en de gids die zo mogelijk nog enthousiaster was dan zijn groep. “Wow, guys, look at this, you have to see this one!” “This is the best day ever!” En ondertussen liep hij heen en weer te rennen om voor veilige routes voor ons te zorgen.
´s Avonds hebben we op de camping Kea´s gezien; Nieuw Zeelandse alpinepapegaaien. Ze staan bekend om hun slooplustigheid. De volgende ochtend was dan ook ons knijperbakje open gemaakt en de inhoud overal verspreid. Een van de Kea´s rende over ons dak en ondertussen stak hij zijn kop steeds door een ander dakraampje. Erg grappig gezicht.

Het is, even tussendoor, wel ongelooflijk hoe hier overal waarschuwingen bijstaan: “Kijk uit voor het afstapje!” Okee, die snap ik nog, maar: “Kijk uit voor de deur, want uw vingers kunnen er tussen komen!”, gaat toch wat ver.

Aangezien bungeejumpen strikt verboden is zolang mijn moeder in de buurt is en we in Queenstown aangekomen waren, de actie en adrenalinestad van Nieuw Zeeland, moesten we toch wat anders uitkiezen. Jetboaten over de Shotover rivier. Wat inhield: met 80 kilometer per uur over een rivier door een kloof vlak langs de rotsen, gecombineerd met regelmatig een 360° draai. Dus toch nog een portie actie gehad.

Na Queenstown in een oud goudzoekersstadje rondgekeken: Arrowtown. En natuurlijk de onvermijdelijke “Wanted”-foto genomen.

De twintigste vertrekken we per veerboot naar het Noordereiland. We laten dan het “water” eiland achter ons en we gaan het “vuur” eiland tegemoet!! (L&M)

maart 17, 2008

Ma d’r stukje!

Rubriek: Voorbereiding — Manieu @ 12:59 pm

Of ik ook een stukje wilde schrijven,bij deze:

Na 19.083 km gevlogen te hebben, waren we dan toch aangekomen in Christchurch, waar Lernard en Marije ons stonden op te wachten op het vliegveld. Heerlijk om ze weer in je armen te kunnen sluiten!

Na eerst lekker bijgekomen te zijn in Christchurch en nadat de verloren gewaande filmcamera van Ron opgehaald was op het vliegveld, zijn we met de camper onze rondreis door Nieuw Zeeland begonnen. Eerst richting Lake Tekapo, vandaar naar Mt Cook, Lake Benmore, Dunedin, Otago peninsula, the Catlins, Invercargill, Te Anau, the Milford Sound en Queenstown. Hierna gaan we naar the Fox Glacier en richting Abel Tasman National Park.

De reis tot nu toe samenvattend: schitterend, ongelooflijk, geweldig, overrompelend, alleen de zandvliegen, word je echt gek van!

De bewoners zijn vriendelijk, zeggen altijd gedag en in voor een praatje in hun sappige Engels.

We hebben een vraag gekregen via mail of we het wel kunnen volhouden met z´n vieren in een camper. Maar natuurlijk, hij is groter, dan je denkt: We hebben een keuken, een w.c annex doucheruimte, een bed boven, een zithoek welke we ´s avonds omtoveren tot een bed van 2.25×1.85 meter, deze hebben Ron en ik natuurlijk geannexeerd. En heel gek:ik slaap hier beter, dan thuis in m´n Aupingbed.

Die campers moeten wel ??s nachts ergens staan. De campings zijn ook erg afwisselend, zoals alles in NieuwZeeland. We hebben op hele primitieve midden in de natuur gestaan voor bijna niets, maar ook op een dure camping met alle campers zo dicht op elkaar, zodat je achter je camper moest zitten(Dunedin) of hele luxe met alles erop en eraan(Queenstown). Maar die bij de Milford Sound roadway sloeg alles:1 ha per camper met uitzicht op de bergen voor 20 NZdollars(ca.11 euro). Er was wel maar 1 wc, maar die hoef je niet te gebruiken, die zit immers in de camper?(Ron maakt hem toch schoon, hihi).

En tot slot nog een laatste voordeel: Ik word lekker ontspannen gereden met m´n gezicht naar achteren gericht op een panoramisch uitzicht door de achter- en zijruiten.

maart 9, 2008

Nieuw Zeeland

Rubriek: Nieuw Zeeland — Marije @ 1:01 am


We zijn nu zo´n twee weken in Nieuw Zeeland. De eerste week hebben we gezellig besteed aan afwisselend ziek zijn. Eerst had ik weer buikloop, wat ik meegenomen bleek te hebben uit Azie en dat verklaarde gelijk de wel erg frequente episodes van buikloop de laatste maand. Ja, een gezellig praatje, maar dat is dan weer de andere kant van het reizen… Maar een antibiotica kuurtje doet wonderen! Hierna was Lernard aan de beurt met hoge koorts. Gelukkig geen tropische ziekte, maar een ordinaire keelontsteking. Ook hij zit nu aan de antibiotica en is ondertussen weer aardig fit. Zo, voorzover al onze ziektes.

Natuurlijk hebben we Auckland, maar vooral Christchurch verkend. Een erg goede eerste indruk. Er hangt een vriendelijke sfeer. We gingen bijvoorbeeld van het vliegveld van Auckland naar ons hostel per bus en kregen van drie verschillende mensen een mogelijke besteding van de dag aangeraden. Alleen dat Engels hier: niet te verstaan, “mate”. Het komt zelden voor dat we iemand in een keer verstaan. “Eh, excuse me?” Het is ook best prettig om weer in een westers land te zijn. We kunnen onder andere een broodje kebab eten en ons tegelijkertijd geen culinair barbaar voelen. En ook best fijn om wat te kopen zonder eerst te moeten onderhandelen.

De eerste vier nachten in Christchurch hebben we in een oude gevangenis geslapen in onze eigen cel met stapelbed. Erg romantisch. We hebben in de industriele keuken voor het eerst in vijf maanden weer voor ons zelf gekookt. Best weer relaxt. Voor onze eerste maaltijd hadden we ons erg uitgesloofd: soep uit blik en geroosterde boterhammen met Philadelphia. En toen was het tijd om de camper op te gaan halen. Twee nachtjes heel de camper (en hij is enorm) voor ons zelf gehad, voordat we de (schoon)ouders op moesten halen. Nadat Lernard de eerste kras in de lak had gereden na een geniaal gemaakte bocht (best prettig zo´n all risk verzekering), hebben we ze eindelijk verwelkomd! Ze waren nog verbazingwekkend fit bij aankomst na de bijna 20.000 km vliegen. En gezellig met zijn allen door elkaar pratend zijn we naar de camping gegaan. Alwaar we er achter kwamen dat pa zijn camera niet meer bij zich had. En we er vervolgens achter kwamen dat Lernard het karretje had weg gezet, waarschijnlijk met camera. En, ja hoor, de camera was (mazzel) gevonden! Dus Lernard was lekker op dreef …. Na de lunch, een Nieuw Zeelands wijntje en een strandwandeling sloeg de jetlag dan toch bij allebei in. Pa begon wat warrig te praten en midden in zijn zinnen in slaap te vallen en ma ging rare dingen zien. “Oh, kijk jongens wat een aparte vogel! Oh, nee, het is een dennenappel.” En: “Ron, haal die spin eens weg!” “Ja, maar Marjan, dat is een nietje!” Dus hebben ze toch maar even een middagdutje gedaan.

Na een dagje sightseeing in Christchurch met paps en mams zijn we aan onze zwerftocht begonnen. Door enorm uitgestrekte en mooie landschappen kwamen we aan bij Lake Tekapo en hebben we lekker gebarbequed met uitzicht op het meer. Eigenlijk heeft pa gebarbequed en wij het binnen opgegeten, want het is aardig koud ´s avonds, maar tot grote vreugde van ma kan overdag af en toe het zomertruitje aan, want ze wil wel bruin terugkomen natuurlijk.

Op mijn verjaardag zijn we (in een versierde camper) naar Mount Cook vertrokken en de wolken trokken precies voor de top van de berg weg toen wij aankwamen. Kijk, wat wil je nog meer voor je verjaardag? Maarrr er kwam nog meer. Tijdens de lunch aan een azuurblauw meer kregen we onze cadeautjes! Leuke kaarten van een aantal mensen, een herinnering hoe we de weg terug kunnen vinden naar Flakkee van onze vrienden en van pa en ma ons deel van de camper!! Dus we kunnen nog langer weg blijven! Al was dat waarschijnlijk niet de achterliggende gedachte. (We komen wel terug, hoor, trouwens) Oh, ja, pa reed natuurlijk met de camper precies een van de vier wegen in heel Nieuw Zeeland in die voor de camper verboden zijn vanwege de toestand van de weg. Gelukkig was het nog net mogelijk om te keren, voordat we onder een bruggetje van 2,5 meter door moesten met onze 3,2 meter hoge camper.

Lernard zijn verjaardag begon met telefoontjes van zijn familie en vervolgens zijn we (in een wederom versierde camper) langs een zeehondenkolonie gereden en een heel stuk langs de kust naar het Otago schiereiland gereden, waar we uit eten zijn gegaan. Hij had geen bergtop voor zijn verjaardag, maar dit kon er ook best mee door!

Oh, ja, mooie uitspraak van ma als afsluiter: “Ron, je gaat niet bungeejumpen, want dan val ik dood!”

En iedereen bedankt voor de felicitaties per mail, site en kaart!!(L&M)

februari 23, 2008

Laos —–> Thailand

Rubriek: Laos, Thailand — Marije @ 6:45 am


Oké, vanaf nu zal ik niet meer zeggen wat we de volgende keer van plan zijn te doen, want het komt hoogstwaarschijnlijk toch niet uit! We hebben geen historische potten gezien in Laos, maar zijn in plaats daarvan naar Thailand vertrokken. We hadden bedacht dat we eigenlijk wel naar Chiang Mai wilden. Dus hebben we een tweedaagse “Mekong-cruise” genomen, wat twee dagen in een langwerpige boot stroomopwaarts varen inhield. Om precies te zijn twee keer negen uur varen en een overnachting in een dorpje onderweg. Allebei de dagen waren we met een zeer bonte verzameling mensen. Laotianen, met hier en daar wat kooien met kippen en eenden, een hartverscheurend afscheid van een meisje van haar familie die met haar duidelijk veel oudere echtgenoot meeging en ook een clubje toeristen. Het “yeah man” en “ongewassen haren” gehalte was hierbij vrij hoog. Zo was er onder andere een Axl Rose look alike aanwezig die erg van psychedelische muziek hield, zo vertelde hij, yeah man en natuurlijk de onvermijdelijke gitaarspelende mannen. Af en toe was er een gesprek dat ongeveer als volgt ging: ” Man, have you ever tried Xanax? Man, once I took alcohol with it and lost eight hours!” “Yeah, man, I know, have you ever tried Valium?” etc, etc. Ook buiten de boot was veel te zien. Supermooi landschap, zo nu en dan draaikolken en regelmatig een speedboot die langs kwam scheuren. Dit is de andere optie om aan de grens te komen, deze is een stuk sneller, maar ondanks de helm en het reddingsvest vallen er regelmatig doden, dus dat hebben we maar overgeslagen. Wat trouwens een serieuze uitdaging was: plassen op een hurktoilet op een schommelende boot….

Na een zeer enerverende minibus-rit (wat is dat toch met die minibusjes?), waarbij de chauffeur, nadat hij bijna de bocht uit slipte, besloot toch maar iets rustiger te gaan rijden, in Chiang Mai aangekomen.

Onze eerste plan voor Chiang Mai was een meditatiecursus voor een paar dagen. Maar bij nader inzien was dit toch iets te zweverig…. Dus is het een rotsklimcursus geworden. Scheelt niet veel.
De eerste dag hebben we knopen leren leggen en wat klimtechnieken geleerd. Lernard heeft zeker twintig keer zijn hoogtevrees overwonnen en moest af en toe door de gidsen en mij omhoog geschreeuwd worden.
De tweede dag hebben we geleerd hoe je de materialen onderweg op moet ruimen als je de laatste klimmer bent. Een onderdeel hiervan is dat je jezelf aan de top moet losmaken van het touw en opnieuw moet vastknopen. Best spannend om verantwoordelijk te zijn voor je eigen veiligheid en dat op 25 meter hoogte! ’s Middags 55 meter abseilen in een grot. Super! Dit onderdeel heeft Lernard maar overgeslagen….
De volgende dag was het rustdag, wat op zijn zachts gezegd nodig was. Mijn handen trilden al als ik een glas drinken vast had. En we konden elkaar lekker overtreffen in zelfmedelijden. “Zo, mijn onderarmen doen pijn!” “Je zou die van mij eens moeten voelen!” “En mijn schouders, dan!” “Mijn sokken aandoen is gewoon pijnlijk” enz, enz. De laatste dag klimmen stond in het teken van “lead-climbing”, oftewel als eerste naar boven klimmen en de haken en het touw vastmaken, waardoor je verder kan vallen dan als je al vast zit. Lernard heeft werkelijk alle soorten angst uitgestaan, maar heeft toch een route voltooid. Zeer stoer! Ik moet toegeven dat mijn trilbenen ook wel een gedeelte met de spanning te maken hadden (een gedeelte maar, hè)…
We hebben wel aardig de smaak te pakken, want we betrapten onszelf er op dat we al klimplannen aan het maken waren voor Nieuw Zeeland.

Behalve het klimmen hebben we natuurlijk ook Chiang Mai onveilig gemaakt. We hebben onder andere per ongeluk bij de Hooge Heerlijkheid van Thailand gegeten. We hadden twee visjes (met de klemtoon op -jes) besteld en die waren best heel lekker, tot we de rekening kregen… Waaah, een hele week aan eten aan twee visjes besteed. Volgende keer toch eerst maar even op de kaart kijken.
Natuurlijk ook de nachtmarkt bezocht waar allerlei soorten straatmuzikanten te vinden waren: onder andere een “muzikant” met 1 sambabal en 1 ritme, een drumband (drums van emmers), een boyband, een volkszanger en een soort van hardrockband. De markt leek oneindig te zijn. Ik: “Hé, leuk, nog meer markt!” L: ” Nou, leuk…”
Na deze fantastische ervaring voor Lernard had hij behoefte aan een meer mannelijke bezigheid en is hij naar een Muay Thai (kickboxing) toernooi gegaan. Hij was wat verbaasd over hoe hard het er aan toe ging. Het was voor echte mannen: bier, gokken en rondvliegende spetters bloed en zweet. Hij was helemaal enthousiast en volgende keer moet ik mee, dus ik ga me maar alvast geestelijk voorbereiden.

Gisteren zijn we met de nachttrein in Bangkok aangekomen en vanavond vliegen we naar Auckland, Nieuw Zeeland! (L&M)

februari 9, 2008

Luang Prabang

Rubriek: Laos — Marije @ 2:32 pm

AFBEELDING DOET HET NIET!

Van onze avontuurlijke plannen in het noorden van Laos is weinig terecht gekomen. We zijn namelijk nog steeds in Luang Prabang. Het bevalt ons hier goed en we hadden even behoefte, denk ik, om een tijdje in de zelfde plaats te blijven. En we moeten natuurlijk volkomen uitgerust zijn als onze (schoon)ouders op bezoek komen. Voor vier weken. Pfffff! Grapje, hè!

De sfeer hier is ontzettend relaxed en de mensen trouwens ook. Over straat lopend, worden we overal met Sabaaidee (goedendag) gegroet. We hebben ons laten vertellen dat er in Laos over het algemeen maar voor 1 rijstoogst per jaar wordt gegaan in plaats van de twee tot drie in bijvoorbeeld Vietnam. Dit doen ze niet omdat het niet anders kan, maar omdat het niet hoeft om rond te komen en het op deze manier een stuk relaxter is. Of dit echt zo is, weet ik niet, maar het zegt wel wat over de sfeer hier.
Wat ook typerend was: bij aankomst op het vliegveld stonden een paar taxi’s rustig te wachten om ons vervolgens naar de plaats van bestemming te brengen voor een vaste prijs. Geen schreeuwende taxichauffeurs, oververhitte onderhandelingen, getrek aan tassen. Wat een verademing!
We hebben onze dagen onder andere gevuld met massages: voet-, been-, Lao/lichaammassage en aan de Mekong-rivier gezeten op een terrasje met een boek en dat dan heel veel uur achter elkaar, met zo nu en dan een Lao biertje en een flesje mineraalwater. Erg vervelend.

Natuurlijk zijn we ook op tempeltocht geweest, erg mooi hier in Luang Prabang. En overal zie je de monniken in het dagelijkse leven. Wij zagen de monniken voor ons als mediterende, mantra’s mompelende mannen, maar vooral de jonge jongens kom je overal tegen. In het internetcafé, zwemmend in de rivier (wel met gewaad) of tekenfilmpjes kijkend. Waarschijnlijk ook omdat van de mannelijke Lao boeddhisten wordt verwacht dat ze minimaal een keer in hun leven het klooster ingaan, dus zijn er niet allemaal op uit om het Nirvana te bereiken. Een opvallende overtuiging in deze tak van het boeddhisme is trouwens dat een vrouw eerst gereincarneerd zal moeten worden als een man om verder te kunnen richting het ultieme nirvana….
Bij zonsopkomst is het leuk om door de straten te slenteren en te zien hoe de monniken hun buurt afgaan om giften (eten) te ontvangen van de geknielde bewoners in ruil voor een zegening van de monniken.

Het is grappig dat we bepaalde mensen beginnen te herkennen en zij ons. Lernard heeft ’s ochtends zijn vaste koffie en ontbijt-haal-adres. De dame van het ontbijt vraagt elke ochtend als hij langs komt: “Ben je nou nog niet weg?” En er loopt een bedelaar rond, die waarschijnlijk ook makkelijk doorkan als dorpsgek. Om de paar uur heeft hij een andere outfit aan en dit elke dag. De ene keer komt hij geld vragen in zijn (volgens Lernard) Gestapo kostuum: een lange, zware jas met legerbroek, dan komt hij weer in alleen een omslagdoek om zijn heupen, een uurtje later heeft hij een hoed erbij opgezet en weer een uurtje later heeft hij ook nog een pijp erbij. Vervolgens heeft hij zijn legerkisten en werkmanskleding aan en de daarbij horende hele grote hamer. Hij vraagt iedereen luid lachend om geld en als hij vindt dat hij onvoldoende geld krijgt, houdt hij gewoon zijn andere hand op. We zagen hem zelfs muntgeld weigeren en hem, bij de dame die hem dit gaf, naar haar schoudertasje wijzen, omdat daar waarschijnlijk het papiergeld wel in zou zitten….
Lernard heeft een Laotiaanse kookcursus van een dag, gevolgd. Hij kan nu echte Laotiaanse salade, sambal, plakrijst, sladressing, curry en vlees maken.
Hij is daarna met een medecursist gaan stappen onder het genot van Lao-bier en Lao-Lao whisky. Gelukkig is er een avondklok van twaalf uur, anders was de volgende dag waarschijnlijk iets minder fit verlopen. Om twaalf uur is alles echt afgelopen en zijn er alleen nog maar buitenlanders op straat te zien, want de Laotianen staan over het algemeen al voor zes uur op, dus zij hebben geen avondklok nodig.
Het Laotiaanse eten is zeer goed te doen. Veel verse groenten, salades, plakrijst, invloeden uit Thaise en Vietnamese keuken of een heerlijke verse vis klaargemaakt op de nachtmarkt. En als we de plakrijst zat zijn kunnen we dankzij de Fransen altijd nog een stokbroodje kip, tonijn, pate of kaas nemen.

Een andere erfenis van de Franse koloniale tijd zie je overal op straat: Petang, het Franse Petanque en het Nederlandse Jeu de Boules.

Een van de redenen om hier niet weg te willen is de zonsondergang op een terrasje aan de Mekong met kaarslicht. Mocht iemand nog op zoek zijn naar een bestemming voor de huwelijksreis, Luang Prabang is romantisch!! Maar na alle romantiek en kleffigheid wordt het weer tijd om door te reizen. Nu is dat klef doen in het openbaar wel figuurlijk gesproken. In Laos wordt het namelijk niet op prijs gesteld als je als man en vrouw in het openbaar handjes vasthoudt, arm in arm loopt, elkaar omhelst en het ergste van alles, elkaar zoent. We maakten een keer de fout elkaars hand te pakken en hoorden een afkeurend geluid van een vrouw achter ons. Misschien dan toch niet de huwelijksreis….
In een van de hotels waar we hebben overnacht stond op de lijst met het hotelreglement, behalve de gebruikelijke regels, zoals geen drugs gebruiken en wapens meenemen ook: “You are not allowed to make love in the room if you are not married!”

We zijn toch ook nog Luang Prabang uitgeweest. Naar de Pak Ou grot/ tempel. Een grot gevuld met duizenden boeddhabeelden en honderden toeristen, maar toch heel apart om te zien. En niet te vergeten de Tat Kuang Si waterval. Ontzettend mooi en wat vooral super was, we konden er zwemmen! Dat zag ik altijd al voor me, op reis naar een tropisch land en dan zwemmen onder een waterval… We hebben ook weer tropische temperaturen, dus een verfrissende duik konden onze oksels wel gebruiken.

We zijn nu van plan om morgen (in ieder geval overmorgen) naar Phonsovan te vertrekken, naar de “Plain of Jars”. Een enorm gebied bezaaid met potten tot wel zes ton in gewicht. En niemand die weet hoe ze daar gekomen zijn.

Wat betreft onze kayak/ raft-plannen; het weer is op het moment te droog, dus te weinig water en spanning. Dus dat bewaren we voor Nieuw-Zeeland. Pa! (L&M)

februari 4, 2008

Sapa

Rubriek: Vietnam — Marije @ 10:44 am

Ondertussen zijn we al weer bijna een week in Laos, maar jullie hebben nog het stuk over Sapa tegoed!

Ons plan was om een meerdaagse trekking te gaan doen, vanwege het schitterende landschap. Bij aankomst hebben we ons bedacht, aangezien het k-k-koud was en ontzettend mistig. We konden zo’n tien meter voor ons zien, dus weinig landschap. Maar goed, een andere reden om naar Sapa te gaan was dat allerlei verschillende bergvolken daar hun inkopen en verkopen komen doen en daar werden we niet in teleurgesteld. Elk dorp heeft zijn eigen kledingstijl: bijvoorbeeld helemaal in het zwart of grote rode rollen stof op het hoofd. En overal kwamen we deze mensen tegen. Vaak waren ze in voor een praatje, meestal om vervolgens hun waren (kleden, sjaals, rokken e.d.) aan te bieden. Heel mooi allemaal, maar aan hun blauw-groene handen en onderarmen te zien, niet erg wijs om te kopen…

Bij aankomst zijn we een hotel binnen gelopen en bij de eerste kamer die we te zien kregen op de tweede verdieping, zeiden we dat we verder gingen kijken, waarop de eigenaar zei dat hij op de derde verdieping een betere kamer had, maar dit was nog niet wat we zochten. Waarna hij ons meenam naar een nog betere kamer op de vierde verdieping. En ja, dit was inderdaad een goede kamer met het mooiste uitzicht van Sapa, zo zei de eigenaar, maar dat kon hij makkelijk zeggen aangezien het uitzicht uit mist bestond… In onze kamer kwam de Vietnamese smaak goed tot zijn recht: roze kantjes langs onze klamboe, bruin met groene bloemen op het dekbed en om het af te maken een oranje nachtlampje naast het bed. Trouwens een voorbeeld hoe belachelijk goedkoop je kan overnachten: zeven dollar voor een kamer inclusief eigen badkamer met warme douche, straalkacheltje en handdoeken. Ondanks het straalkacheltje had ik het koud! Lernard vond dat ik overdreef. Hoezo? Had alleen maar mijn thermo-ondergoed, sokken en trui in bed maar aan.

We hebben ons, met het weer als excuus, schandelijk tegoed gedaan aan gluhwein (zeer cultureel verantwoord) en warme chocolademelk.

Na een dag zelf de omgeving te hebben bekeken zijn we de laatste dag in Sapa onder begeleiding van een gids van het bergvolk “Zwarte H’Mong” op pad gegaan door de bergen. Ondanks het gebrek aan uitzicht een hele belevenis. Behalve Te, onze gids, liepen er nog een oudere dame en een meisje uit haar dorp met ons mee. Na drie keer bijna onderuit te zijn gegaan doordat het ontzettend modderig was, besloot de oudere dame maar om me te gaan helpen en heeft de uren daarna bijna continu mijn hand vastgehouden. Ondanks mijn “I am OK’s”, wilde ze van geen opgeven weten. Haar missie was mij schoon te houden. Na samen glibberend en nog schoon aan de lunch te zijn gekomen, was ik best blij met de gekregen hulp… Een aantal modderige toeristen (van top tot teen) waren het resultaat van geen persoonlijke begeleiding. Onvermijdelijk was de mand die van de rug van de oudere dame kwam met de door haar zelf geborduurde waren. Als dank voor haar assistentie hebben we een portemonneetje uitgekozen. Precies onze smaak met de mooie geborduurde bloemen…
Na nog een uurtje lopen, kwamen we bij het eindpunt aan waar we nog even moesten wachten op het vervoer terug. Een aantal kleine bedelende jongetjes op blote voetjes en korte mouwen stonden de mensen smekend aan te kijken. Best lastig om dit in je dure bergschoenen, dikke truien, jassen, etc. te weerstaan. Aan de ene kant is het zo makkelijk om gewoon wat te geven, maar we waren gewaarschuwd dit vooral niet te doen, aangezien de ouders de kinderen op pad sturen om het geld binnen te halen en er zelf minder hard op gaan werken…. Dit is een van de armste streken van Vietnam. Het snottebellen-gehalte onder de kleine kinderen was net zo hoog als in Nepal. Misschien heb je als ouder die alle eindjes aan elkaar moet knopen, andere prioriteiten dan snottebellen afvegen? Of meer verkoudheid door slechtere hygiene, ofzo? Mmmm, het vraagstuk van de snottebellen.

Het even wachten op het vervoer terug naar Sapa na de wandeling, werd een uur wachten, omdat er nog twee andere mensen mee moesten rijden. Uiteindelijk kwamen de moeder en dochter aangelopen. Moeder luid scheldend dat ze noooit meer met haar dochter mee op reis ging en zeker niet meer een trekking ging doen met dit weer! Levensgevaarlijk! Misschien leuk voor jonge mensen maar zeker niet voor haar! Ze had ook nog haar witte jasje en mutsje aangetrokken, die nu onder de modder zaten. En dochterlief hard lachend.

Na drie dagen Sapa zijn we met de nachttrein weer naar Hanoi vertrokken. We werden per minibus naar het station gebracht. Eerst hebben we een uur door het dorp gereden: onder andere een kast verhuisd, mensen opgehaald en op dezelfde plek weer afgezet, om ze wat later weer daar op te halen (?). Inhalend door de dichte mist, haarspeldbochten en heel vaak abrupt remmen, maakte dat we na anderhalf uur misselijk (ik) en heel (allebei) bij het treinstation aankwamen. Omdat de heenreis erg relaxt was verlopen in onze stoelen-klasse in plaats van slaapcoupe-klasse hadden we besloten dit de terugweg gewoon weer te doen. Dit maal zaten we in de wagon naast de restauratiewagon. Alias de karaoke-wagon. Alias de bier-wagon. Dus om een uur of drie viel ik in slaap naast Lernard die natuurlijk weer overal doorheen sliep (hij kan echt werkelijk overal slapen!), na uren van valse karaoke, lallende mannen, braaksel in de wasbakken en ondergeurineerde (ja, moet het toch een beetje netjes houden) toiletten. Toen we om vijf uur in de ochtend in Hanoi aankwamen zei Lernard: “Was het echt zo erg, niks van gemerkt!” AAAAH! Maar na een dutje in het hotel was alles weer goed.

Onze een na laatste nacht in Hanoi was een memorabele, met onze helden Lernardes en Marijos. Ik werd ’s nachts om een uur of twee wakker van gekraak in onze prullenbak. “Lernard, ga eens kijken, jij bent de man!” Op het bed staand en met zijn zaklampje in de verte schijnend zag hij niks, dus besloot hij dat we maar weer moesten gaan slapen. Tot, onze vriend, een enorme rat (vonden wij) langs de kast naar boven schoot om er vervolgens achter te verdwijnen. Niet alleen ik gilde, maar Lernard deed net zo hard mee. Lernard: “Ik ga hier nu weg!” Marije: “Da’s lekker, dan laat je me hier alleen achter!” Lernard: “Ja, maar ik ben BANG voor ratten!” Onze oplossing: Lernard slapen en ik op wacht en om zes uur gelijk een ander hotel zoeken, zodat ik dan verder kon slapen. Waarop we heel erg de slappe lach kregen en Lernard ging slapen en ik heel blij was dat we een TV op onze kamer hadden, zodat ik nog het idee had dat die de rat weghield…

Na een weekje Luang Prabang en hier en daar wat buikloop, gaan we morgen verder op pad naar het noorden, richting jungle, om weer actief te gaan worden (kayakken, trekking, misschien raften). (L&M)