juni 20, 2008

Midden in de rimboe

Rubriek: Maleisie — Marije @ 11:12 am

Onze jungle-week op Borneo begon in het Bako Nationaal Park. In de bus op weg naar het park miste een dame haar plaats van bestemming, doordat ze vergat het knopje in te drukken. Ze gaf een brul naar de chauffeur, die zoiets zei als: “Je moet voortaan wel op het knopje drukken!” Dit deed ze dan maar alsnog, waarop de chauffeur hard moest lachen, de bus stopte en achteruit reed (op een tweebaansweg!) tot de plaats waar ze er oorspronkelijk uit wilde! Desondanks zijn we veilig aangekomen in het Bako NP en hebben we zelf verschillende uitgezette wandelingen door het regenwoud gelopen. Alvast een goede oefening voor de aankomende trekking. We konden op ons eigen tempo lopen, wat wel nodig was, want na vijf minuten ging de kraan bij ons open om niet meer te stoppen. Zweten!!

We hebben veel wilde dieren gezien. Onder andere apen met grote neuzen (probiscusapen) en zwijnen met baarden (eh…baardzwijnen). We hebben geen krokodillen gezien, maar wel bordjes met: “Pas op: zoutwaterkrokodillen!”. Dus wat scheelt het?

Ons tropengevoel is nu helemaal compleet, want voordat we naar het volgende nationale park vertrokken is Lernard nog even naar de dokter geweest. De rode bultjes kregen namelijk staartjes, wat gangetjes bleken te zijn…van wormpjes. Haakwormen, niet gevaarlijk, alleen irritant. Normaal gesproken meestal voorkomend op voetzolen, want daarmee komen de wormpjes het meest in aanraking, maar bij Lernard dus op zijn billen (en rug en arm). En nee, we zijn geen nudisten geworden. Maar ze lijken nu echt uitgeroeid te zijn, dankzij een wormenkuur en antibioticazalf.

Voor de vlucht naar Miri (vanwaar we naar het Gunung Mulu Nationale Park zouden vliegen) waren we helemaal goed voorbereid, dachten we. De tassen mochten maar 15 kilogram wegen en door tactisch inpakken, hoefden we maar een beetje bij te betalen. Wij blij, maar bij de controle van de handbagage bleek Lernard de eerstehulpkit nog in zijn rugzak te hebben, met verbandschaar en dat mag dus niet. Nou, ja, dan die schaar maar weggooien, dachten we. Nee, dat mocht niet van de beambte, want daar was de schaar veel te duur voor. Ja, maar het is onze schaar en wij willen hem weggooien. Nee, het enige alternatief, volgens haar, was het inchecken van zijn handbagage. Het was inmiddels “boardingtime”, dus maakten we de afspraak dat Joleen en ik alvast de naar de gate zouden gaan en we Lernard in het vliegtuig zouden zien. Maar bij de gate aangekomen, bleek het gatenummer verandert te zijn. Toen begonnen de zenuwen. “Dat zal Lernard toch ook wel in de gaten hebben?” Toen we in het vliegtuig zaten, konden we precies zien wie er door de slurf kwam aanlopen. Geen Lernard…. Ondertussen waren we al aan het brainstormen hoe we het vliegtuig konden laten wachten of hoe het nu moest als hij het vliegtuig zou missen. Maar daar kwam hij, toch nog op tijd, met dikke boete voor de extra bagage (toch zeker wel tien nieuwe verbandscharen), maar dat maakte ons al lang niet meer uit, we waren veel te blij dat hij er was!
Ons plan in het Gunung Mulu NP was om eerst de trekking naar de “Pinnacles” te doen. Puntige rotsen van kalksteen op een berg van 1200 meter hoog. Om in het kamp te komen waar we onze gids zouden ontmoeten, moesten we vanaf het hoofdkwartier van het park (waar we alleen heen konden vliegen) een uur met een bootje en daarna nog drie uur lopen door het regenwoud. Dus we voelden ons wel aardig midden in de rimboe.
Het kamp had een erg mooie ligging met uitzicht op hoge rotswanden en vlak naast een riviertje waar gezwommen kon worden. Er was een keuken waar we ons zelf meegebrachte eten konden klaarmaken (instant noodles, noodles en noodles) en een slaapzaal waar we met negen anderen sliepen op matjes en onder onze klamboes. Wat geen overbodige luxe was, want de muren waren ongeveer twee meter hoog, maar het plafond een meter of drie en er waren geen deuren, waardoor er onder andere vleermuizen ’s avonds boven onze hoofden langs suisden.
De volgende ochtend begonnen we na een ontbijt van noodles vol goede moed aan de trekking, die toch iets zwaarder bleek te zijn dan verwacht. De track was 2.4 kilometer lang, maar er moest 1100 meter geklommen worden. Dit hield in dat de eerste twee kilometer bestond uit klimmen over rotsen en boomwortels onder een hoek van 70 graden. Hier deden we drie uur over. Joleen deed het supergoed, maar besloot hier toch af te haken, want het werd haar iets te spannend; de laatste 400 meter ging namelijk onder een hoek van bijna 90 graden omhoog en moest beklommen worden met behulp van touwen en ladders. Terwijl zij op haar eigen tempo naar beneden liep/ klauterde, gingen wij verder omhoog, tot we na in totaal vier uur de Pinnacles hadden bereikt! Een heel mooi uitzicht en een soort kleine marmotjes die zich om ons heen verzamelden in de hoop op eten, zorgden ervoor dat het zeker de moeite waard was. 4,5 uur later, want de weg naar beneden leek zo mogelijk nog moeilijker, beneden aangekomen, zat Joleen op ons te wachten. Ontzettend blij om haar weer ongeschonden terug te zien, zijn we met z’n drie├źn, met kleding en al, de rivier ingesprongen. Na een hoognodige douche en onze kant en klare noodles, lagen we om 19.30 uur moe, voldaan en alle drie best trots op ons zelf onder onze klamboes. Waar we de eerste tekenen van ernstige spierpijn al voelden aankomen.

De volgende ochtend na onze….noodles zijn we door de jungle terug gelopen naar de plek waar de boot ons zou ophalen om ons terug te brengen naar het hoofdkwartier. Lernard liep voorop met de zware bepakking en wij liepen er met onze kleine rugzakjes, nog net niet strompelend, achteraan. Tja, toch wel duidelijk wie de echte bikkel is…

Onderweg kwamen we een enkele persoon tegen, een Maleisische man. We dachten dat Lernard ging vragen of hij wist of de boot er al was, maar in plaats daarvan vroeg hij of hij wist wat Nederland tegen Frankrijk had gedaan. En…de man wist de uitslag en kon zelfs vertellen dat Van Persie gescoord had…. De rest van de dag slapend, relaxend en klagend over spierpijn (Joleen en ik, dan) doorgebracht.

De laatste dag hebben we twee grotten bezocht, waaronder de Deer Cave. Een grot met de grootste hal ter wereld. En die was inderdaad GROOT! Onwerkelijk groot en gevuld met drie miljoen vleermuizen, die allemaal poepen, dus guano overal. Niet alleen op de grond, maar ook op ons hoofd, kleding, enzovoorts. En stinken!
We hadden een wat slaapverwekkende gids. Hij praatte ongeveer zo: ” This cave is eh…well…maybe…eh…you know…eh…yes…special.” Of zoals een Vlaamse toerist mij vertelde: ” Dit is niet zomaar een grotje, dit is de vetste grot die ik ooit gezien heb!” En daar konden we ons alleen maar bij aansluiten. Maar het beste deel kwam nog. Tijdens zonsondergang vlogen de drie miljoen vleermuizen de grot uit om eten te zoeken. Eerst een paar grote groepen, maar daarna als een grote streng van vleermuizen!! Een super afsluiting van ons bezoek aan Gunung Mulu!

Ondertussen zijn we weer terug in de bewoonde wereld. In Miri heeft Lernard ’s nachts nog Nederland - Roemenie kunnen kijken (ze zijn hier trouwens, grappig genoeg, helemaal met het EK bezig). Gisteren zijn we op Penang aangekomen, een eiland ten westen van het schiereiland Maleisie, voor wat culturele bezigheden en morgen vertrekken we richting een ander eilandje om een paar dagen te relaxen op het strand. En dan, boehoe, is het de 25e alweer tijd om Joleen terug te brengen naar Kuala Lumpur voor haar vlucht terug. Maar daar denken we nog maar even niet aan… J&L&M

2 Reacties »

  1. lekker actief !
    wij gaan vanavond weer kijken naar nederland-rusland!
    bizar dat ze daar met het ek bezig zijn???

    Reactie door marijn — juni 21, 2008 @ 10:38 am

  2. Ja inderdaad :P , niet echt logisch om daar het EK te volgen.

    Reactie door Manieu — juni 24, 2008 @ 1:43 pm

RSS feed voor comments op dit bericht. | TrackBack URI

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een bericht achter te laten.