februari 23, 2008

Laos —–> Thailand

Rubriek: Laos, Thailand — Marije @ 6:45 am


Oké, vanaf nu zal ik niet meer zeggen wat we de volgende keer van plan zijn te doen, want het komt hoogstwaarschijnlijk toch niet uit! We hebben geen historische potten gezien in Laos, maar zijn in plaats daarvan naar Thailand vertrokken. We hadden bedacht dat we eigenlijk wel naar Chiang Mai wilden. Dus hebben we een tweedaagse “Mekong-cruise” genomen, wat twee dagen in een langwerpige boot stroomopwaarts varen inhield. Om precies te zijn twee keer negen uur varen en een overnachting in een dorpje onderweg. Allebei de dagen waren we met een zeer bonte verzameling mensen. Laotianen, met hier en daar wat kooien met kippen en eenden, een hartverscheurend afscheid van een meisje van haar familie die met haar duidelijk veel oudere echtgenoot meeging en ook een clubje toeristen. Het “yeah man” en “ongewassen haren” gehalte was hierbij vrij hoog. Zo was er onder andere een Axl Rose look alike aanwezig die erg van psychedelische muziek hield, zo vertelde hij, yeah man en natuurlijk de onvermijdelijke gitaarspelende mannen. Af en toe was er een gesprek dat ongeveer als volgt ging: ” Man, have you ever tried Xanax? Man, once I took alcohol with it and lost eight hours!” “Yeah, man, I know, have you ever tried Valium?” etc, etc. Ook buiten de boot was veel te zien. Supermooi landschap, zo nu en dan draaikolken en regelmatig een speedboot die langs kwam scheuren. Dit is de andere optie om aan de grens te komen, deze is een stuk sneller, maar ondanks de helm en het reddingsvest vallen er regelmatig doden, dus dat hebben we maar overgeslagen. Wat trouwens een serieuze uitdaging was: plassen op een hurktoilet op een schommelende boot….

Na een zeer enerverende minibus-rit (wat is dat toch met die minibusjes?), waarbij de chauffeur, nadat hij bijna de bocht uit slipte, besloot toch maar iets rustiger te gaan rijden, in Chiang Mai aangekomen.

Onze eerste plan voor Chiang Mai was een meditatiecursus voor een paar dagen. Maar bij nader inzien was dit toch iets te zweverig…. Dus is het een rotsklimcursus geworden. Scheelt niet veel.
De eerste dag hebben we knopen leren leggen en wat klimtechnieken geleerd. Lernard heeft zeker twintig keer zijn hoogtevrees overwonnen en moest af en toe door de gidsen en mij omhoog geschreeuwd worden.
De tweede dag hebben we geleerd hoe je de materialen onderweg op moet ruimen als je de laatste klimmer bent. Een onderdeel hiervan is dat je jezelf aan de top moet losmaken van het touw en opnieuw moet vastknopen. Best spannend om verantwoordelijk te zijn voor je eigen veiligheid en dat op 25 meter hoogte! ’s Middags 55 meter abseilen in een grot. Super! Dit onderdeel heeft Lernard maar overgeslagen….
De volgende dag was het rustdag, wat op zijn zachts gezegd nodig was. Mijn handen trilden al als ik een glas drinken vast had. En we konden elkaar lekker overtreffen in zelfmedelijden. “Zo, mijn onderarmen doen pijn!” “Je zou die van mij eens moeten voelen!” “En mijn schouders, dan!” “Mijn sokken aandoen is gewoon pijnlijk” enz, enz. De laatste dag klimmen stond in het teken van “lead-climbing”, oftewel als eerste naar boven klimmen en de haken en het touw vastmaken, waardoor je verder kan vallen dan als je al vast zit. Lernard heeft werkelijk alle soorten angst uitgestaan, maar heeft toch een route voltooid. Zeer stoer! Ik moet toegeven dat mijn trilbenen ook wel een gedeelte met de spanning te maken hadden (een gedeelte maar, hè)…
We hebben wel aardig de smaak te pakken, want we betrapten onszelf er op dat we al klimplannen aan het maken waren voor Nieuw Zeeland.

Behalve het klimmen hebben we natuurlijk ook Chiang Mai onveilig gemaakt. We hebben onder andere per ongeluk bij de Hooge Heerlijkheid van Thailand gegeten. We hadden twee visjes (met de klemtoon op -jes) besteld en die waren best heel lekker, tot we de rekening kregen… Waaah, een hele week aan eten aan twee visjes besteed. Volgende keer toch eerst maar even op de kaart kijken.
Natuurlijk ook de nachtmarkt bezocht waar allerlei soorten straatmuzikanten te vinden waren: onder andere een “muzikant” met 1 sambabal en 1 ritme, een drumband (drums van emmers), een boyband, een volkszanger en een soort van hardrockband. De markt leek oneindig te zijn. Ik: “Hé, leuk, nog meer markt!” L: ” Nou, leuk…”
Na deze fantastische ervaring voor Lernard had hij behoefte aan een meer mannelijke bezigheid en is hij naar een Muay Thai (kickboxing) toernooi gegaan. Hij was wat verbaasd over hoe hard het er aan toe ging. Het was voor echte mannen: bier, gokken en rondvliegende spetters bloed en zweet. Hij was helemaal enthousiast en volgende keer moet ik mee, dus ik ga me maar alvast geestelijk voorbereiden.

Gisteren zijn we met de nachttrein in Bangkok aangekomen en vanavond vliegen we naar Auckland, Nieuw Zeeland! (L&M)

februari 9, 2008

Luang Prabang

Rubriek: Laos — Marije @ 2:32 pm

AFBEELDING DOET HET NIET!

Van onze avontuurlijke plannen in het noorden van Laos is weinig terecht gekomen. We zijn namelijk nog steeds in Luang Prabang. Het bevalt ons hier goed en we hadden even behoefte, denk ik, om een tijdje in de zelfde plaats te blijven. En we moeten natuurlijk volkomen uitgerust zijn als onze (schoon)ouders op bezoek komen. Voor vier weken. Pfffff! Grapje, hè!

De sfeer hier is ontzettend relaxed en de mensen trouwens ook. Over straat lopend, worden we overal met Sabaaidee (goedendag) gegroet. We hebben ons laten vertellen dat er in Laos over het algemeen maar voor 1 rijstoogst per jaar wordt gegaan in plaats van de twee tot drie in bijvoorbeeld Vietnam. Dit doen ze niet omdat het niet anders kan, maar omdat het niet hoeft om rond te komen en het op deze manier een stuk relaxter is. Of dit echt zo is, weet ik niet, maar het zegt wel wat over de sfeer hier.
Wat ook typerend was: bij aankomst op het vliegveld stonden een paar taxi’s rustig te wachten om ons vervolgens naar de plaats van bestemming te brengen voor een vaste prijs. Geen schreeuwende taxichauffeurs, oververhitte onderhandelingen, getrek aan tassen. Wat een verademing!
We hebben onze dagen onder andere gevuld met massages: voet-, been-, Lao/lichaammassage en aan de Mekong-rivier gezeten op een terrasje met een boek en dat dan heel veel uur achter elkaar, met zo nu en dan een Lao biertje en een flesje mineraalwater. Erg vervelend.

Natuurlijk zijn we ook op tempeltocht geweest, erg mooi hier in Luang Prabang. En overal zie je de monniken in het dagelijkse leven. Wij zagen de monniken voor ons als mediterende, mantra’s mompelende mannen, maar vooral de jonge jongens kom je overal tegen. In het internetcafé, zwemmend in de rivier (wel met gewaad) of tekenfilmpjes kijkend. Waarschijnlijk ook omdat van de mannelijke Lao boeddhisten wordt verwacht dat ze minimaal een keer in hun leven het klooster ingaan, dus zijn er niet allemaal op uit om het Nirvana te bereiken. Een opvallende overtuiging in deze tak van het boeddhisme is trouwens dat een vrouw eerst gereincarneerd zal moeten worden als een man om verder te kunnen richting het ultieme nirvana….
Bij zonsopkomst is het leuk om door de straten te slenteren en te zien hoe de monniken hun buurt afgaan om giften (eten) te ontvangen van de geknielde bewoners in ruil voor een zegening van de monniken.

Het is grappig dat we bepaalde mensen beginnen te herkennen en zij ons. Lernard heeft ’s ochtends zijn vaste koffie en ontbijt-haal-adres. De dame van het ontbijt vraagt elke ochtend als hij langs komt: “Ben je nou nog niet weg?” En er loopt een bedelaar rond, die waarschijnlijk ook makkelijk doorkan als dorpsgek. Om de paar uur heeft hij een andere outfit aan en dit elke dag. De ene keer komt hij geld vragen in zijn (volgens Lernard) Gestapo kostuum: een lange, zware jas met legerbroek, dan komt hij weer in alleen een omslagdoek om zijn heupen, een uurtje later heeft hij een hoed erbij opgezet en weer een uurtje later heeft hij ook nog een pijp erbij. Vervolgens heeft hij zijn legerkisten en werkmanskleding aan en de daarbij horende hele grote hamer. Hij vraagt iedereen luid lachend om geld en als hij vindt dat hij onvoldoende geld krijgt, houdt hij gewoon zijn andere hand op. We zagen hem zelfs muntgeld weigeren en hem, bij de dame die hem dit gaf, naar haar schoudertasje wijzen, omdat daar waarschijnlijk het papiergeld wel in zou zitten….
Lernard heeft een Laotiaanse kookcursus van een dag, gevolgd. Hij kan nu echte Laotiaanse salade, sambal, plakrijst, sladressing, curry en vlees maken.
Hij is daarna met een medecursist gaan stappen onder het genot van Lao-bier en Lao-Lao whisky. Gelukkig is er een avondklok van twaalf uur, anders was de volgende dag waarschijnlijk iets minder fit verlopen. Om twaalf uur is alles echt afgelopen en zijn er alleen nog maar buitenlanders op straat te zien, want de Laotianen staan over het algemeen al voor zes uur op, dus zij hebben geen avondklok nodig.
Het Laotiaanse eten is zeer goed te doen. Veel verse groenten, salades, plakrijst, invloeden uit Thaise en Vietnamese keuken of een heerlijke verse vis klaargemaakt op de nachtmarkt. En als we de plakrijst zat zijn kunnen we dankzij de Fransen altijd nog een stokbroodje kip, tonijn, pate of kaas nemen.

Een andere erfenis van de Franse koloniale tijd zie je overal op straat: Petang, het Franse Petanque en het Nederlandse Jeu de Boules.

Een van de redenen om hier niet weg te willen is de zonsondergang op een terrasje aan de Mekong met kaarslicht. Mocht iemand nog op zoek zijn naar een bestemming voor de huwelijksreis, Luang Prabang is romantisch!! Maar na alle romantiek en kleffigheid wordt het weer tijd om door te reizen. Nu is dat klef doen in het openbaar wel figuurlijk gesproken. In Laos wordt het namelijk niet op prijs gesteld als je als man en vrouw in het openbaar handjes vasthoudt, arm in arm loopt, elkaar omhelst en het ergste van alles, elkaar zoent. We maakten een keer de fout elkaars hand te pakken en hoorden een afkeurend geluid van een vrouw achter ons. Misschien dan toch niet de huwelijksreis….
In een van de hotels waar we hebben overnacht stond op de lijst met het hotelreglement, behalve de gebruikelijke regels, zoals geen drugs gebruiken en wapens meenemen ook: “You are not allowed to make love in the room if you are not married!”

We zijn toch ook nog Luang Prabang uitgeweest. Naar de Pak Ou grot/ tempel. Een grot gevuld met duizenden boeddhabeelden en honderden toeristen, maar toch heel apart om te zien. En niet te vergeten de Tat Kuang Si waterval. Ontzettend mooi en wat vooral super was, we konden er zwemmen! Dat zag ik altijd al voor me, op reis naar een tropisch land en dan zwemmen onder een waterval… We hebben ook weer tropische temperaturen, dus een verfrissende duik konden onze oksels wel gebruiken.

We zijn nu van plan om morgen (in ieder geval overmorgen) naar Phonsovan te vertrekken, naar de “Plain of Jars”. Een enorm gebied bezaaid met potten tot wel zes ton in gewicht. En niemand die weet hoe ze daar gekomen zijn.

Wat betreft onze kayak/ raft-plannen; het weer is op het moment te droog, dus te weinig water en spanning. Dus dat bewaren we voor Nieuw-Zeeland. Pa! (L&M)

februari 4, 2008

Sapa

Rubriek: Vietnam — Marije @ 10:44 am

Ondertussen zijn we al weer bijna een week in Laos, maar jullie hebben nog het stuk over Sapa tegoed!

Ons plan was om een meerdaagse trekking te gaan doen, vanwege het schitterende landschap. Bij aankomst hebben we ons bedacht, aangezien het k-k-koud was en ontzettend mistig. We konden zo’n tien meter voor ons zien, dus weinig landschap. Maar goed, een andere reden om naar Sapa te gaan was dat allerlei verschillende bergvolken daar hun inkopen en verkopen komen doen en daar werden we niet in teleurgesteld. Elk dorp heeft zijn eigen kledingstijl: bijvoorbeeld helemaal in het zwart of grote rode rollen stof op het hoofd. En overal kwamen we deze mensen tegen. Vaak waren ze in voor een praatje, meestal om vervolgens hun waren (kleden, sjaals, rokken e.d.) aan te bieden. Heel mooi allemaal, maar aan hun blauw-groene handen en onderarmen te zien, niet erg wijs om te kopen…

Bij aankomst zijn we een hotel binnen gelopen en bij de eerste kamer die we te zien kregen op de tweede verdieping, zeiden we dat we verder gingen kijken, waarop de eigenaar zei dat hij op de derde verdieping een betere kamer had, maar dit was nog niet wat we zochten. Waarna hij ons meenam naar een nog betere kamer op de vierde verdieping. En ja, dit was inderdaad een goede kamer met het mooiste uitzicht van Sapa, zo zei de eigenaar, maar dat kon hij makkelijk zeggen aangezien het uitzicht uit mist bestond… In onze kamer kwam de Vietnamese smaak goed tot zijn recht: roze kantjes langs onze klamboe, bruin met groene bloemen op het dekbed en om het af te maken een oranje nachtlampje naast het bed. Trouwens een voorbeeld hoe belachelijk goedkoop je kan overnachten: zeven dollar voor een kamer inclusief eigen badkamer met warme douche, straalkacheltje en handdoeken. Ondanks het straalkacheltje had ik het koud! Lernard vond dat ik overdreef. Hoezo? Had alleen maar mijn thermo-ondergoed, sokken en trui in bed maar aan.

We hebben ons, met het weer als excuus, schandelijk tegoed gedaan aan gluhwein (zeer cultureel verantwoord) en warme chocolademelk.

Na een dag zelf de omgeving te hebben bekeken zijn we de laatste dag in Sapa onder begeleiding van een gids van het bergvolk “Zwarte H’Mong” op pad gegaan door de bergen. Ondanks het gebrek aan uitzicht een hele belevenis. Behalve Te, onze gids, liepen er nog een oudere dame en een meisje uit haar dorp met ons mee. Na drie keer bijna onderuit te zijn gegaan doordat het ontzettend modderig was, besloot de oudere dame maar om me te gaan helpen en heeft de uren daarna bijna continu mijn hand vastgehouden. Ondanks mijn “I am OK’s”, wilde ze van geen opgeven weten. Haar missie was mij schoon te houden. Na samen glibberend en nog schoon aan de lunch te zijn gekomen, was ik best blij met de gekregen hulp… Een aantal modderige toeristen (van top tot teen) waren het resultaat van geen persoonlijke begeleiding. Onvermijdelijk was de mand die van de rug van de oudere dame kwam met de door haar zelf geborduurde waren. Als dank voor haar assistentie hebben we een portemonneetje uitgekozen. Precies onze smaak met de mooie geborduurde bloemen…
Na nog een uurtje lopen, kwamen we bij het eindpunt aan waar we nog even moesten wachten op het vervoer terug. Een aantal kleine bedelende jongetjes op blote voetjes en korte mouwen stonden de mensen smekend aan te kijken. Best lastig om dit in je dure bergschoenen, dikke truien, jassen, etc. te weerstaan. Aan de ene kant is het zo makkelijk om gewoon wat te geven, maar we waren gewaarschuwd dit vooral niet te doen, aangezien de ouders de kinderen op pad sturen om het geld binnen te halen en er zelf minder hard op gaan werken…. Dit is een van de armste streken van Vietnam. Het snottebellen-gehalte onder de kleine kinderen was net zo hoog als in Nepal. Misschien heb je als ouder die alle eindjes aan elkaar moet knopen, andere prioriteiten dan snottebellen afvegen? Of meer verkoudheid door slechtere hygiene, ofzo? Mmmm, het vraagstuk van de snottebellen.

Het even wachten op het vervoer terug naar Sapa na de wandeling, werd een uur wachten, omdat er nog twee andere mensen mee moesten rijden. Uiteindelijk kwamen de moeder en dochter aangelopen. Moeder luid scheldend dat ze noooit meer met haar dochter mee op reis ging en zeker niet meer een trekking ging doen met dit weer! Levensgevaarlijk! Misschien leuk voor jonge mensen maar zeker niet voor haar! Ze had ook nog haar witte jasje en mutsje aangetrokken, die nu onder de modder zaten. En dochterlief hard lachend.

Na drie dagen Sapa zijn we met de nachttrein weer naar Hanoi vertrokken. We werden per minibus naar het station gebracht. Eerst hebben we een uur door het dorp gereden: onder andere een kast verhuisd, mensen opgehaald en op dezelfde plek weer afgezet, om ze wat later weer daar op te halen (?). Inhalend door de dichte mist, haarspeldbochten en heel vaak abrupt remmen, maakte dat we na anderhalf uur misselijk (ik) en heel (allebei) bij het treinstation aankwamen. Omdat de heenreis erg relaxt was verlopen in onze stoelen-klasse in plaats van slaapcoupe-klasse hadden we besloten dit de terugweg gewoon weer te doen. Dit maal zaten we in de wagon naast de restauratiewagon. Alias de karaoke-wagon. Alias de bier-wagon. Dus om een uur of drie viel ik in slaap naast Lernard die natuurlijk weer overal doorheen sliep (hij kan echt werkelijk overal slapen!), na uren van valse karaoke, lallende mannen, braaksel in de wasbakken en ondergeurineerde (ja, moet het toch een beetje netjes houden) toiletten. Toen we om vijf uur in de ochtend in Hanoi aankwamen zei Lernard: “Was het echt zo erg, niks van gemerkt!” AAAAH! Maar na een dutje in het hotel was alles weer goed.

Onze een na laatste nacht in Hanoi was een memorabele, met onze helden Lernardes en Marijos. Ik werd ’s nachts om een uur of twee wakker van gekraak in onze prullenbak. “Lernard, ga eens kijken, jij bent de man!” Op het bed staand en met zijn zaklampje in de verte schijnend zag hij niks, dus besloot hij dat we maar weer moesten gaan slapen. Tot, onze vriend, een enorme rat (vonden wij) langs de kast naar boven schoot om er vervolgens achter te verdwijnen. Niet alleen ik gilde, maar Lernard deed net zo hard mee. Lernard: “Ik ga hier nu weg!” Marije: “Da’s lekker, dan laat je me hier alleen achter!” Lernard: “Ja, maar ik ben BANG voor ratten!” Onze oplossing: Lernard slapen en ik op wacht en om zes uur gelijk een ander hotel zoeken, zodat ik dan verder kon slapen. Waarop we heel erg de slappe lach kregen en Lernard ging slapen en ik heel blij was dat we een TV op onze kamer hadden, zodat ik nog het idee had dat die de rat weghield…

Na een weekje Luang Prabang en hier en daar wat buikloop, gaan we morgen verder op pad naar het noorden, richting jungle, om weer actief te gaan worden (kayakken, trekking, misschien raften). (L&M)