december 18, 2007

Cambodja

Rubriek: Cambodja — Marije @ 4:49 pm

We vertrekken morgen naar Vietnam. Dit is vroeger dan de bedoeling was, vanwege een klein misverstand met het visum door een behoorlijke taalbarriere met de ambassade-medewerker. De begindatum staat op gisteren… Aangezien het visum maar een maand geldig is en we heel veel plannen hebben, vertrekken we morgen per boot en bus richting Saigon, wat door de vele stops die we onderweg gepland hebben drie dagen gaat duren. Hier op het nippertje nog wat indrukken van Cambodja.

Erg vriendelijke mensen, we hebben regelmatig praatjes als we even ergens gaan zitten of op straat lopen. Meestal gewoon om het praatje in plaats van met een achterliggende reden (we zijn een beetje achterdochtig geworden, blijkbaar). Veel gestelde vraag: “Hoeveel kinderen hebben jullie?” “Eh, geen.” “Geen? Hoe oud zijn jullie dan?” En als we daar dan antwoord op geven, volgt een verbaasd gezicht. We zijn nogal oud waarschijnlijk.

Er hangt een heel relaxt sfeertje, al heeft dat in de wijk in Phnom Penh waar we nu verblijven waarschijnlijk te maken met de hoeveelheid drugs die hier ingenomen wordt… Zeer regelmatig wordt er aan Lernard gevraagd: “Sir, would you like to smoke marihuana, hasj, opium?” Waarschijnlijk zie ik er niet zo drugsgebruikerig uit. We zeggen trouwens nee… Voor het geval de ouders zich al ongerust gaan maken. Ook wordt hier in veel cafe’s absinth verkocht. Trouwens nog geen drankjes met een schorpioen in de fles gezien, schijnt hier namelijk ook verkocht te worden.

Het voelt soms alsof je door een Franse stad loopt, door de gebouwen uit de Franse koloniale tijd en nieuwe gebouwen die vaak nog steeds in die stijl gebouwd worden. De oudere Cambodjanen spreken allemaal vloeiend frans. Overal worden stokbroden op straat gekocht, in de bakkerijen echte croissants en pain au chocolat. Ook veel Franse brasseries en Khmer (Cambodjaans) eten met Franse invloeden. Grappig hoe alles door elkaar loopt. Stokbroden in de ene hand en in de andere een zakje met vogelspinnen. De meest bizarre dingen eten ze hier namelijk; vogelspinnen dus, maar ook allerlei andere insecten en alle onderdelen van zo’n beetje elk beest (ook kat en hond). We zijn nog niet zo dapper geweest om een insectje te proberen… Wel kopen we elke dag fruit bij kraampjes en we hebben ons als doel gesteld elke keer wat nieuws te proberen. Voelen we ons toch nog een beetje dapper. Het is in ieder geval een erg leuke bezigheid om zomaar een beetje op de markt rond te lopen.

Overal zie je verminkte mensen ten gevolge van de landmijnen. Missende armen, benen, ogen, delen van gezicht. Behoorlijk confronterend soms. Veel van hen bedelen, omdat dit voorheen de enige bron van inkomsten was, aangezien er geen steun vanuit de overheid was. Nu zijn er veel organistaties die hen aan het werk helpen met dat wat ze nog kunnen. Je ziet bijvoorbeeld veel groepjes straatmuzikanten die traditionele muziek spelen en CD’s verkopen. Overal zijn nog tekenen te zien die aan de “Rode Khmer” tijd herinneren. Natuurlijk de Killing Fields en het Gevangenismuseum, wat erg heftig was. Ongelooflijk wat er toen gebeurd is en hoeveel kinderen, vrouwen en mannen er toen vermoord zijn. Maar ook op straat, de verminkte mensen, de vernietigde tempels en er wordt regelmatig over gesproken. Bijvoorbeeld onze tuk-tuk chauffeur in Phnom Penh vertelde dat een groot deel van zijn familie in die tijd is vermoord. Hoe moet je daar op reageren? Het is opvallend hoe positief iedereen toch lijkt te zijn en waarschijnlijk ontwikkeld het land zich daarom ontzettend snel. Vier jaar geleden bestond het land bijvoorbeeld nog voornamelijk uit zandwegen en nu zijn deze voor een groot deel vervangen door asfaltwegen, waardoor het toerisme zich steeds meer ontwikkeld.

Overal waar we komen, lijken we continue dezelfde vraag te krijgen: “Sir/ Miss, would you like tuk-tuk/motorbike?” Waardoor het lijkt dat wij bijna altijd “No, thank you!” zeggen. En bij elke toeristische buurt/ attractie barst het van de kleine straatventertjes, die vaak ontzettend brutaal zijn! Ze verkopen meestal gekopieerde boeken, armbandjes, kleine instrumentjes of andere frutsels. Je moet soms erg volhardend zijn om van ze af te komen en we zouden ze soms best een flinke knal willen geven! We hebben een restauranteigenaar de tuinslang op een groepje zien zetten, toen die zijn restaurant niet wilden verlaten….

Oversteken in Phnom Penh is een hele belevenis. Vandaag ben ik een hele brede straat in een soepele beweging overgestoken. Ik was zeer trots op mijzelf. Ik heb me laten vertellen dat de truc is om gewoon met dezelfde snelheid over te steken. Vandaag pas voor het eerst gelukt, dus dat belooft nog wat in Saigon, waar het nog tien keer erger schijnt te zijn…

Cambodja was een erg leuke ervaring en we hebben bedacht dat we maar terug moeten komen, nu we hier eerder moeten vertrekken. Vonden we wel een goede reden. (M)

P.s. Ik heb ook wel eens wat anders aan dan mijn groene shirtje… Het viel me namelijk op dat op bijna elke foto waarop ik sta, ik dat shirtje draag,  haha.

december 12, 2007

Angkor Wat

Rubriek: Cambodja — Marije @ 11:10 am

We hebben drie dagen besteed om het Angkor-complex te verkennen. Echt enorm (400 vierkante km)! Behalve het zevende wereldwonder Angkor Wat, zijn er nog tientallen andere tempels in de jungle en tussen de rijstvelden en in drie dagen hebben we nog lang niet alles gezien, best bizar. We kunnen hier natuurlijk lyrisch gaan worden, maar de foto’s in het fotoalbum spreken eigenlijk voor zich! (L&M)

december 10, 2007

Reis Thailand-Cambodja

Rubriek: Cambodja — Marije @ 11:27 am

Donderdag 6 december zijn we naar Siem Reap (Cambodja, vlakbij Angkor Wat) afgereisd en dit was weer een hele belevenis.

We zouden om tien voor acht ’s ochtends vertrekken, maar om vijf over acht was er nog geen minibus, dus Marije werd al een beetje zenuwachtig. Zij had namelijk deze keer de trip geregeld. Na met het reisbureau gebeld te hebben, werd ons verteld dat de minibus er over vijftien minuten zou zijn. Dit gaf Lernard mooi nog even de tijd om een lekker bakje koffie te gaan halen, dacht hij. De taxi kwam natuurlijk toen hij net weg was. Toen we hem gevonden hadden, konden we op weg naar de ferry.

Nadat we met de ferry weer op het vaste land aangekomen waren, hadden we na een kwartier al onze eerste stop. Hier bleek een kantoortje van de organisatie van onze mini-bus te zitten. Hier moesten we gelijk onze visa-aanvragen regelen, want bij de grens zou het veel langer duren als we het zelf zouden regelen en dan zouden we onze medereizigers laten wachten. Dit natuurlijk wel voor een vriendenprijsje: 35 dollar in plaats van de 20 dollar die je normaal gesproken betaalt. Eigenwijs als we zijn, dachten wij het wel zelf te gaan regelen aan de grens.

Niet dus, want na ongeveer drie uur gereden te hebben, werd er netjes bij een pinautomaat gestopt voor de mensen die geen baht hadden om voor de “visa-service” te betalen. Na toch nog even tegengas te hebben gegeven, hebben we toch maar gepind aangezien we er toch echt niet onderuit leken te gaan komen. Vervolgens werden we voor de lunch naar een restaurant gereden dat ook van de “visa-maffia” was. Hier moesten we betalen en onze paspoorten afgeven, zodat ze de visa konden gaan regelen. Ondertussen probeerden ze het zo te draaien dat we ze dankbaar moesten zijn voor wat ze allemaal voor ons regelden.

Toen we bij de grens aankwamen werden we netjes overgeleverd aan het volgende lid van de organisatie. Deze man was zo enthousiast en lachte zoveel dat hij bij ons al gelijk argwaan wekte. Hij had allemaal goede adviezen voor ons, waaronder veel geld pinnen voor in Cambodja, omdat je daar niet kan pinnen. Verder vertelde hij ons dat we na de grens het geld dat we pinden beter konden wisselen voor cambodjaans geld (riel). Dit geloofden we al helemaal niet, omdat een medereiziger in Nepal ons had verteld dat je alles in dollars kan betalen en dat dit veel voordeliger is. Bij de grens aangekomen bleek dat we daar inderdaad zelf geen visa konden regelen. Dit om de simpele reden dat de douanebeambten het extra geld ook wel lekker vonden en dus helemaal geen visa meer aan toeristen verstrekten. Na de gebruikelijke grensformaliteiten kwamen we dan in Cambodja aan.

Vlak na de grens moesten we wachten op een bus die ons naar het busstation zou brengen…. Na ongeveer een half uur kwam de eerste bus en vertrokken we naar het busstation, dachten we. We stopten alleen nog even ergens waar we ons geld konden wisselen. Wij vertrouwden het voor geen meter, zeker niet nadat Lernard zag dat de geldwisselaar een hele dikke diamanten ring droeg. Wij wisselden maar 1000 baht (20 euro), terwijl de visa-gangster ons nog steeds probeerde te overtuigen dat we veel meer moesten wisselen. Naderhand bleek dat de geldwisselaar ongeveer een commissie van 35% rekende. En dan te bedenken dat er mensen bij waren die voor honderden euro’s geld wisselden.

Hierna veranderde onze “reisleider” in een zesde-rangs acteur. Hij kwam namelijk met de volgende slechte tekst: “Nou, het is echt niet mijn geluksdag, zeg. Nu hoor ik net dat de bus onderweg kapot is gegaan, dus nu moet ik voor jullie allemaal een taxi betalen”. Hierbij keek hij heel zielig. Deze acteerprestatie werd nog ongeloofwaardiger toen bleek dat de taxicentrale precies een deur verderop zat en er maar tien mensen bleken te zijn voor de “luxe tourbus”. Wij vonden het ondertussen allemaal wel best en zijn in de eerste de beste taxi gestapt. Voor we weg wilden rijden kwam onze reisleider ons nog even gedag zeggen en om een fooitje vragen. Na hem vriendelijk in zijn gezicht te hebben uitgelachen, vertrok de taxi.

Onze taxichauffeur wilde waarschijnlijk graag voor het donker thuis zijn, want hij reed als een gek over de hobbelige zandweg. Verschillende keren reed hij met een klap in een grote kuil, waar hij zichzelf waarschijnlijk mee liet schrikken, want dan maakte hij een luid sissend geluid. De laatste klap werd de auto bijna fataal, want op het dashboard begonnen er allerlei lichtjes te branden en een angstaanjagend tingeltje ging af. Volgens een van onze twee Amerikaanse reisgenoten, rook de auto na de klap naar gebakken bacon…. Maar goed, het mocht de pret niet drukken, want de chauffeur reed gewoon door met hetzelfde enthousiasme. Dit met af en toe wat gesis van zijn kant, de brandende lichtjes en het tingeltje. De eerder genoemde reisgenoten hadden trouwens een of andere parasiet opgelopen in Afrika en hadden het allebei niet erg breed. Ze werden naar mate de reis vorderde bleker en bleker. Onderweg zijn we nog gestopt voor een nodige sanitaire stop en het avondeten dat we bij dezelfde gelegenheid haalden: chocolade koekjes en chips. Het toilet was vergeven van de sprinkhanen, die Marije al hangende boven het sta-toilet van zich af moest slaan. Tijdens de verdere rit ontdekte ze er nog een aantal tussen haar kleding, waardoor ze de verdere avond jeuk had ten gevolge van denkbeeldige beestjes. Uiteindelijk kwamen we dan in de buurt van Siem Reap (gelukkig reed de auto nog!) en alles leek te veranderen. Ineens was er een geasfalteerde weg en overal langs de weg verschenen er 5-sterren hotels, resorts en….pinautomaten. Ergens buiten de stad stopte de taxi en werden we overgeladen in tuk-tuk’s (motorfietstaxi’s). We werden al weer ongerust waar we in hemelsnaam naartoe gebracht zouden gaan worden, maar wonderbaarlijk genoeg kwamen we uiteindelijk bij een prima guesthouse uit. Waar we na onze 12-urige reis gelijk ons bedje in rolden.(L&M)